Ik word langzaamaan een mens.
Een beest, een dier, een entiteit, een geest.
Traag verword ik tot iets ongekends.
Ik word iets anders.

Een ander iets, dat mijn kennissen niet langer herkennen. Ze weten niet wat ze van mij kunnen verwachten, want ze verwachten oude dingen. En die krijgen ze niet. Niet omdat ik die oude dingen niet wil geven, meer omdat ik ze niet langer kan geven. Want mijn kunnen is ook veranderd. Mijn vroegere ik krijgt vleugeltjes en een zwaard. Een mens met een zwaard, dat is eigenlijk heel normaal. Alleen de vleugeltjes kunnen de illusie van een engel geven. Vergis je niet, ik word geen engel, ik verander in een soort mens, in iets anders dus.

Hoe kan ik het in godsnaam beter uitleggen? Om te beginnen verandert mijn samenstelling constant, en is zij 100 procent veranderd om de zoveel jaar. Alle oude cellen zijn dan dood en weggevallen, en vervangen door nieuwe. Om de vijf, of seven, of tien jaar is dat proces voltrokken.

Klinkt dit nog bekend? Vergis je niet, hier spreekt niet mijn oude ik. Doordat je de woorden leest, hoor je mijn galm niet. Ik ben niet langer een schrijver meer, als ik dat al was geweest. Al sinds een tijdje was ik niet de schrijver die je hebt gekend, de woorden, zinnen, alinea's, formuleringen, wendingen en plots die je van mij hebt gekend vervallen bij deze.

De soort mens die ik nu ben is een andere geest. Iets met vleugeltjes. Nieuwe cellen plakken aan mijn rug en schouderbladen vast en vertakken zich tot lange, holle, sterkt nagels met vlees, bloed en veertjes. Als je mij een engel wilt noemen, ga je gang. Maar ik ben iets anders. Wil je mij een duivel noemen, dan mag dat ook. Maar ook dat ben ik niet.

Want alweer verander ik,
Zag je mij zonet nog als een mens met vleugeltjes en een zwaard, nu ben ik al verword tot. Tot. Tot. Iets anders. Ik ben gewoon niet bij te houden.

2 August 2011
By on 18:46
Schedelzagende bejaarden

Na mijn eerdere bericht over de traumatische ervaring die ik heb opgedaan, ben ik ooggetuige geweest van een nog gruwelijker voorval.

Drie dagen geleden fietste ik door de stad en werd ik ingehaald door een jongeman op een racefiets, die via oordopjes duidelijk naar harde muziek zat te luisteren. We naderden een kruising, en zodra hij mij ingehaald had sneed hij mijn route af om de splitsing naar rechts te nemen. Zijn achterwiel schampte mijn voorwiel en ik moest op mijn voeten op de weg springen om niet te vallen. Scheldend stond ik daar midden op de kruising.

Een groep bejaarden, waarvan enkele met rollators, liep net voorbij. Sommige droegen tassen van de dichtstbijzijnde bouwmarkt. Omdat ik zo verbouwereerd was, dacht ik er niet aan dat het bijzonder was dat bejaarde mensen nog steeds klussen, timmeren en boren gingen.

De groep hoorde mijn gescheld, keek naar de jongeman op de fiets en schatte razendsnel de situatie in. Ze begonnen te brullen, kregen grote ogen en enkelen renden naar de jonge fietser toe. Exe9n wierp haar rollator voor het wiel van de jongen, die erover struikelde en met zijn fiets hard neerkwam op de straatstenen. Ze zwermden rond de gevallen fietser en xe9xe9n haalde een grote ijzerzaag uit de boodschappentas. Terwijl zes bejaarden het hoofd van de jongen vasthielden, begonnen twee stevige oude mannen in zijn voorhoofd te zagen.

Van schrik liet ik mijn eigen fiets achter op de kruising en rende naar het tafereel. "Waarom doen jullie dit?!" riep ik. "Niet doen!" Een grijze heer met hoed en wandelstok die toekeek, lachte me toe en zei: "Dit moet zo nu en dan, meneer. Op deze wijze leren we de jonge generatie weer respect aan. Wie ons geen respect toont, krijgt met de zaag." Een oude vrouw met wrede mond ging naast hem staan en beet me toe: "Ik heb mijn halve leven bij de sociale dienst gewerkt. Tuig moet werken, zeg ik. Werken of dood!"

Ik viel flauw.

Toen ik bijkwam, had men mij naar een grasveldje in het park gebracht. Naast mij lag mijn fiets in veiligheid. Ik keek om me heen en zag hoe, verderop, de jongen zonder schedeldak op een brancard met wielen in de ambulance werd gereden.

Mijn handen trilden van opwinding en ik vroeg me af, of deze bejaarden dezelfde daders waren die enkele maanden geleden mijn schedeldak eraf hadden gezaagd. En zo ja, wat had ik dan gedaan om hun woede op te wekken? Ik weet het nu nog steeds niet. En zo nee, welke schedelzagende wreedaards lopen hier in de stad nog meer rond? Het wordt gruwelijk in Groningen.

16 September 2009
By on 11:30
Schedelzagen

Het klinkt nogal cru en dat is het ook. Vorige week heeft iemand mijn schedeldak eraf gezaagd, zonder enige aanleiding. Eerst was ik beduusd en een beetje verward, je kunt zeggen dat ik in shock was. Maar al gauw borrelde de woede in mij omhoog en eiste ik mijn schedeldak terug. Meer dan dat kon ik niet, want ik was nogal zwak en erg kwetsbaar. Toch hielp het, ik kreeg mijn schedeltop terug en plaatste het op mijn hoofd. Dat voelde beter. De open randen waren wat slijmerig, misschien was het genezingsproces al begonnen. Ik was er trots op dat ik voor mijn welzijn was opgekomen. Met mijn handen hield ik het dak op zijn plaats, terwijl ik lichtjes wankelend de straat op ging. Ongeveer een uur later vond ik uitgeput een toevluchtsoord, een soort eerste hulp-post waar ik kon bijkomen en eventueel herstellen, als tenminste een dodelijke infectie in de hersenen niet tot de mogelijkheden zou horen. We merken het wel.

30 June 2009
By on 22:13
Eustachius

De tuba auditiva verbindt de pharynx met het middenoor; ze houdt de luchtdruk aan weerskanten van het trommelvlies gelijk. Zo staat het ongeveer op de wikipediawebsite aangegeven en ik wil dat wel geloven.

Al sinds de Duitsers ten oosten van Groningen dit jaar hun paasvuren brandden, waardoor het fijnstof over het land woei en de aarde bedekte, heb ik ontstoken longen en luchtwegen. De astmatische bronchitis van mijn jeugd leek ik bijna kwijt te zijn, en sinds een jaar eet ik weer elke dag twee vruchten en fiets en beweeg ik meer. O ja, en ik rook al meer dan tien jaar niet meer. SLECHT! Sinds een jaar heb ik meer allergiexebn dan ooit. Ik heb niet alleen last van huisstof(mijtpoepjes) en kattenharen, maar ook van vliegtuigbrandstof, pollen in diverse soorten en maten, en fijnstof. Dat laatste woord, fijnstof, had ik nog niet eerder gehoord. Dat is luchtvervuiling, bestaande uit zwevende deeltjes kleiner dan 10 micrometer. Zo leert men weer bij.

Maar het begon dus na de kruisiging van Jezus, op het weekeinde na Goede Vrijdag. Toen was het pasen en niet alleen de Duitsers, maar ook de burgers van Oost-Nederland ontstaken massaal paasvuren. Meteen begonnen de astmatische Nederlanders (en dat zijn er nogal wat) te piepen en te hijgen – hun longen werden gecorrumpeerd, gexefrriteerd, geforceerd, aangetast door feestelijke luchtvervuiling. En ook ik liep meteen te snotteren, als een mitrailleur te niezen, kortademig te zijn en mee te bewegen met de beat van mijn hoofdpijn.

Of ik nu binnenshuis was of buiten rondliep, winkelde, fietste, de hele wereld rook stoffig. De frisse wind op mijn balkon rook naar stof, alles overal en iedereen rook naar stof. Mijn hoofd leek zich met die zwevende deeltjes materie te vullen.

Buiten scheen vrolijk de zon. Ik wilde graag op mijn balkon genieten van het gevoel dat de zon geeft als hij op mijn bol schijnt, maar ik was zxf3 allergisch dat ik maar een paar minuten buiten kon blijven voordat ik me weer een halfuur ratelend suf nieste.

Toen raakte ik ook nog verkouden. Waarschijnlijk braken de allergiexebn mijn weerstand af, waardoor ik minder goed bestand was tegen een frontale aanval van virusen. Ik at sinaasappelen bij de vleet en de vitaminen gaven me kracht, maar hielp niets tegen de allergie of tegen het verkoudheidsvirus.

Dus ging ik naar de huisarts. De assisterende arts-in-opleiding luisterde naar mijn relaas en gaf me een recept voor Aerius of desloratadine. Meteen de dag daarna werd ik doof aan mijn rechteroor, en donderde mijn eigen stem onder mijn schedeldak, ook als ik zacht fluisterde. Elke vrachtboot die mijn huis voorbij voer deed me fysiek pijn aan mijn oren en ergens in mijn hoofd. Ik kon geen laaggetoonde geluiden meer verdragen.

Het is nu zes weken geleden dat de paasvuren werden ontstoken. Volgens mijn huisarts is mijn Buis van Eustachius opgezwollen door de allergische aanval, en werd dat pas duidelijk doordat het medicijn hielp tegen de ontsteking van andere delen in mijn hoofd. Blijkbaar is die Buis wat trager in reactie. Het dondert niet meer in mijn hoofd, maar de doofheid voor lage tonen is er nog steeds in mijn rechteroor. En luidruchtige films op de tv, het soort met explosies en gewelddadige muziek, daarvan moet het volume heel zacht en de bas eraf. Op mijn balkon of op de fiets buldert de wind pijnlijk in mijn oren. Van de arts mag ik het medicinaal gebruik nog vier weken volhouden. Pollen in de lucht en veel fijnstof maken het anders nog veel erger voor mij.

Lastig als je flamenco danst, muziek maakt en toneel speelt. Alles draait dan om geluid, en net dat auditieve, daar ben ik momenteel overgevoelig voor.

28 May 2009
By on 10:58
De middag van het vrije wachten

Vandaag is donderdag, de vrije doordeweekse dag tussen werkdagen in. Ik ben gedetacheerd, ik werk in een winkel die Afrikaanse levensmiddelen verkoopt, evenals Afrikaanse verzorgingsprodukten, stoffen en haarextensies. Na volgende week loopt mijn driemaanden-contract en daarmee mijn detachering af. De eigenaar van de winkel moet nu samen met zijn boekhouder, bekijken of het financieel mogelijk is om mij na de detacheringsperiode zelf in dienst te nemen.

Ik ben vrij en zit achter de computer. Zometeen ga ik het huis stofzuigen en afstoffen, vanavond krijg ik bezoek. De eigenaar van de winkel kan de boekhouder maar niet te pakken krijgen, terwijl mijn huidige werkgever, WeerWerk, uiterlijk vandaag wil weten wat er met mij moet gebeuren na de detacheringsperiode. Over een uur zal ik (vandaag voor de tweede keer) bellen naar de winkel, vragen of er al uitsluitsel is. Het is de middag van het vrije wachten. Ik denk dat ik zo een appel ga eten.

12 March 2009
By on 14:31
A Swingin’ Priests Christmas

Dit was in december 2008, op een zaterdag in de NS Stationshal te Groningen. Er liepen Dickensfiguren rond (een voorbode van het Dickensfestijn in Deventer) en een eenzame kerstman. En het was koud! Vooral toen we naar buiten gingen en op het Harmonieplein verder zongen. Gelukkig was het cafxe9 in de Naberpassage een goede lokatie voor verkleumde, hongerige en dorstige priesters om weer mens te worden.

8 February 2009
By on 11:45
Koortsdromen

Ergens heb ik een vrouw met lang, zwart haar gezien. Een soort Carol Borland of een Vampirafiguur. Ze is jong, slank, draagt een nachtgewaad en schrijdt door de duistere gangen van een verwaarloosd kasteel. Ook op een Grieks eiland in de Saronische Golf kwam ik haar tegen, extralarge: met haar tweelingzuster leidde ze een heerlijk heksenrestaurant waar de gegrillde kipfilet (uit levenslang loslopende kippen) smaakte als de beste biefstuk.

De zwartlangharige vrouw die ik laatst zag was Barbara Steele, een van de koninginnen van het griezelfilmdoek. Ik ken haar vanaf haar debuut in 1960, toen ze, prachtig gepresenteerd en intens expressief spelend, een dubbelrol op zich nam – van een jonge prinses en de gestorven heks die haar bezeten maakte. De heks had trouwens gaten in haar gezicht, van een masker dat door de inquisitie op haar hoofd was gehamerd.

Maandag zat ik volop griep en keek ik DANZA MACABRE op televisie, in zwart-wit en uit het magische jaar 1963. De film was zxf3 duister dat ik voortdurend moest turen. Edgar Allen Poe was op bezoek in Londen, waar hij en een locale edelman in een cafxe9 een journalist inspireerden. De journalist bracht vervolgens een nacht door in het verlaten kasteel van de edelman. Na lange, kaarsverlichte wandelingen door de gangen en over de trappen van het slot, ontdekt de journalist dat hij toch niet alleen is. Een jonge vrouw in nachthemd (Barbara Steele) is blij met zijn komst. Even later komt een tweede vrouw op, en daarna is hij nooit meer alleen. Complete bals en moordpartijen worden er gehouden in het spookkasteel. ‘s Ochtends is alles weer stil en verlaten.

Nog niet eerder had ik een film gezien met zoveel fakkel- of kaarstochten door een donker kasteel, en toch verveelde het niet. Want elke wandeling had weer een ander doel.

Na deze film ging ik naar bed. Mijn lichaamstemperatuur was – ondanks de brandende kachel en de kleding die ik aanhad – flink gezakt en ik rilde mezelf naar de slaapkamer toe. De trui en de sjaal hield ik aan toen ik onder het dekbed kroop, zo koud had ik het. Toen viel ik in slaap en begon te dromen. Ik zat in de film, en liep spitsroeden in de kasteelgangen. Uren achtereen liep ik met een zware fakkel of kandelaar (in dromen transformeert er weleens iets) in het halfduister rond. Het verschil met de echte film was, dat ik niet meer wist waar ergens in het plot ik mij bevond. Ik ploeterde maar voort, in begin, midden of einde van de film. Dacht ik dat ik aan het einde was, dan liepen de gangen nog vxe9xe9l langer door – ik moest dus ergens aan het begin zijn. De hitte van de vlammen deed me mijn sjaal uittrekken en mijn jas, en nog was het koude slot te heet onder mijn voeten. Ik zocht nu nadrukkelijk naar de uitgang. Die was aan het einde van de film, wist ik. Maar waar eindigde deze film? Het was als een spoel die oneindig doorliep, een stuk film waarvan begin en einde aan elkaar werden gekleefd en zo geprojecteerd, zodat de filmlus ongeremd kan worden bekeken. Mijn ongeremde droom bezorgde me hoofdpijn. Ik moest en zou de weg naar buiten vinden. Vroeger had ik vaker lucide dromen, en zelfs nu wist ik dat ik in een fictieve griezelfilm zat. Waarom kon ik dan niet uit de plot stappen?

Ik lag te spartelen in bed, als een dode in een lijkwagen die met de Grand Prix meeracet. En ik werd wakker omdat ik naar de wc moest. Ik was gered door mijn plasje. Kijk, als ik nou iemand was tegengekomen in dat ellenlange, ellendige kasteel, dan had het nog gezellig kunnen zijn. Was ik op Barbara Steele gebotst, een jonge vrouw met lange, zwarte haren en een nachtgewaad aan, dan had ik langer in het spookslot willen blijven. Maar zo in mijn eentje rondrennen door donkere gangen verveelt al gauw. En een nacht lang, da’s pas een nachtmerrie. Heksen ga je missen als ze er niet zijn.

16 October 2008
By on 13:19
Genieten en Pirandello

Pirandello_foto_zon27april

De titel ben ik in allerlei variaties tegengekomen: omgedraaid, verdraaid of verruild. Maar het origineel is SEI PERSONAGGI IN CERCA D’AUTORE of, in het Nederlands, ZES PERSONAGES OP ZOEK NAAR EEN AUTEUR. Het is een toneelstuk van Luigi Pirandello en hij schreef het in 1921, vijftien jaar voor zijn dood. Ik kende Pirandello van de titel van dat stuk en van de prachtige Italiaanse film KAOS, gebaseerd op enkele van zijn korte verhalen.

-

ZES PERSONAGES gaat over een werkelijkheid en een metawerkelijkheid, of eigenlijk over metatheater. Een gezin van zes komt uit een onaf toneelscript gekropen x96 de schrijver is tijdens zijn werk gestorven of kon het niet langer aan x96 om het stuk alsof af en gespeeld te krijgen. Ze verstoren een toneelrepetitie omdat ze iemand zoeken die hun verhaal op kan schrijven.

-

De afgelopen week heb ik vier voorstellingen lang de vader van dat virtuele gezin mogen spelen, bij Vooropleiding Theater De Doorbraak, en het halve jaar daarvoor natuurlijk ook al tijdens de repetities. De vader zorgt er met zijn gedrag voor dat zijn huwelijk spaak loopt en zijn gezin wordt verscheurd, hij gaat per ongeluk naar bed met zijn stiefdochter omdat ze elkaar niet herkennen, en als het gezin dan zo goed en zo kwaad als mogelijk is weer bij elkaar komt, loopt het geheel tragisch af: de kleinste kinderen gaan dood.

-

Een maand geleden stond ik met de moeder, de stiefdochter en de zoon – allen in kostuum – op een zondagochtend buiten op de trap van een oude huis. We hielden een fotoshoot voor de te maken poster. Na afloop zaten de vader en de stiefdochter gezellig op een terrasje van koffie en cappuchino te genieten. We waren alweer omgekleed. Omdat ik niet zoveel cafexefne meer kan verdragen (maar het wel lekker vind en geen dxe9caf wil drinken), is zox92n kop cappuchino als een gebakje voor mij waar ik rustig van geniet.

-

Tijdens de auditie, een klein jaar geleden, ging ik voor de rol van de regisseur in het stuk wiens repetitie wordt verstoord. Dat leek mij een goede rol die bij me paste. Het alternatief was de rol van de vader, die ik niet kon doorgronden. Bovendien deed hij vervelende dingen. Feitelijk koos ik voor veiligheid. De vader spelen was een uitdaging die ik niet onmiddellijk vanuit mijzelf aan durfde te gaan. Maar de echte regisseur wilde dat ik de vader zou spelen, en aldus geschiedde. Acteren is lef hebben x96 dat zijn mijn eigen woorden geweest x96 en naar die woorden zou ik gaan werken.

-

Ik ben niet de meest sociale mens, hoewel anderen dat vaak denken. Ik ben ooit gaan acteren om te leren mezelf meer te laten zien en vooral te laten horen. In de rij voor de kassa had ik altijd zox92n zachte stem. Ik heb nog steeds een zachte stem. Ik ben nog steeds verlegen. Maar ik durf op de planken of voor de camera wel van alles te doen. Ook daar geniet ik van, scxe8nes spelen is voor mij ook net als gebakjes eten.

-

Een groep spelers is een dynamisch geheel, er gebeurt van alles. Mensen trekken elkaar aan x96 heel fijn als je goed wilt samenwerken x96 of stoten elkaar af. Soms gebeurt aantrekken en afstoten tegelijkertijd, dat werkt emotioneel verwarrend. Net als in elke andere sociale groep kun je niet anders dan accepteren, eventueel begrijpen en anders maar niet begrijpen, en loslaten. Tegelijkertijd vindt er een soort verslaving plaats, je zoekt elkaar op en wilt samen blijven spelen, zelfs als de voorstellingen zijn afgelopen zoek je redenen om het stuk opnieuw op te kunnen voeren. Er is een stam ontstaan, een nieuwe familie. Afscheid nemen van een familie is nooit leuk, maar dit soort families kun je nooit allemaal in stand houden. Dan zou je na dertig theaterproducties ook dertig families in leven moeten houden.

-

En dan zijn er nog de voorstellingen zelf. We verdiepen ons als groep in de emoties en de beweegredenen van de karakters die wij spelen en die gaan langzaam binnen in ons leven en bexefnvloeden het groepsgebeuren, of we dat willen of niet. Ik word een beetje de vader, mijn medespelers worden een beetje de stiefdochter, de moeder, de zoon, de kinderen, de regisseur, de acteurs, de assistente. We staan op het podium onder de hete lampen, terwijl het buiten 30 graden is. Ik moet de hele tijd staan en stik in mijn driedelige pak met stropdas, ik zou het liefst het jurkje van de stiefdochter willen dragen (haar idee!), dat lijkt me lekker koel. Kunnen we niet allemaal onze kleding uittrekken en naakt x91Let the sun shine inx92 gaan zingen?

-

Onze energie verschilt per voorstelling. De mijne is tijdens de premixe8re net voldoende om alle handelingen te verrichten en mijn stem te laten horen. Met iets te weinig nunaces. Die kunnen er niet meer bij. De volgende dag lukt dat wel. De dag daarop weer iets minder. En op de vierde dag lijken alle stukjes op de juiste plaats te vallen. Intussen ben ik vier kilo afgevallen, mijn beste vriendin merkte het gisteren ook. De maagpijn van de sociale spanning ebt langzaam weg, alsof ik teveel gebakjes heb gegeten en dagenlang mag uitbuiken. Ik beweeg me nog steeds theatraal door het weer normale leven. Ook dat theatrale zal langzaam afnemen. Dan ben ik weer rustige Richard, of wilde Ricardo, met mijn gebruikelijke afwisseling van temperamenten.

-

De Doorbraak en Pirandello zijn diep in mij gaan zitten. Ik kan nooit op een normale, oppervlakkige manier zoiets doen, hxe8. Het moet altijd intens.

13 June 2008
By on 16:07
Groeipijnen

Mijn zus feliciteert me met het feit dat ik emotioneel pijn heb. ‘Je groeit,’ zegt ze lieflijk. Niet fysiek natuurlijk, op die manier krimp ik alleen maar, zoals ieder mens dat doet vanaf zijn, pak em beet, twintigste jaar. ‘Hoera,’ antwoord ik ironisch. Toch ben ik blij met wat zij zegt, want nu kan ik de emoties beter in een richting opzoeken en duiden. Dus ik heb weer eens groeistuipen, zo om de vier jaar gebeurt dat. En het liefst in schrikkeljaren.

Ik zie teveel bij mensen, ik kom te dichtbij als ik iemand echt graag mag, ik ben te klef, ik neem teveel emoties over van anderen. Voor anderen die mij nog niet kennen: ik heb slechte sociale filters. Die emoties zijn van henzelf, roep ik in de spiegel. Maar mijn spiegelbeeld luistert niet. ‘Stop ze in het potje van Jezus,’ zegt mijn zus. ‘Welk potje?’ vraag ik. ‘Bedenk een potje in je hoofd waar je alle emoties in kunt stoppen die niet van jou zijn en die je kwijt wilt.’

Mijn geestesoog ziet een mooi aardewerken potje voor zich. ‘Wat voor potje heb jij?’ vraagt ze. ‘Een kubusachtige,’ zeg ik, ‘met een mooie grote opening bovenin waardoor alles makkelijk past. En de zijkant is gelaagd, alsof het potje in drie lagen gemaakt is.’ ‘Is het van aardewerk? De mijne wel.’ ‘Die van mij ook,’ zeg ik.

Nu begin ik me een beetje misselijk te voelen, er gebeurt iets in mijn maagstreek, maar de emoties die daar eerst zaten zijn nu weg. Ik hou van mijn zus, ze weet me op de goede plekken te raken. Ik vertel haar over deze tijdelijke opluchting. Vanavond ga ik weer de toneelplanken op om in een stuk van Pirandello te spelen, een drama vol humor en emoties. Daar hoort drama, op het toneel. De werkelijkheid heeft al genoeg emoties en behoeft geen extra drama, alleen een spiegel waarin ze van zichzelf kan leren.

10 June 2008
By on 16:46
Over Drama

Een vriendin van mij vroeg wat mijn gedachten waren over drama/expressie. Ik heb haar het volgende in een brief geschreven.

Drama heeft een waardevolle rol gespeeld in mijn leven. Toen ik een jaar of 14 was, zond de Nederlandse tv allemaal Shakespeare stukken uit van de BBC, met ontzettend goede spelers. Ik genoot van de cadans waarmee ze hun teksten opzegden, van de nuances in hun spel en van de verwikkelingen die de personages meemaakten. Opeens vond ik drie uren kijken niet te lang, de rust en de speelsheid overrompelden mij. Shakespeare was niet zwaar of ernstig, Shakespeare leefde!
   Dat was nog eens wat anders dan het ‘drama’ van thuis, waarin ik opgroeide. Mijn moeder vertoonde geestelijke stoornissen (bleek later borderline) en mijn vader kon dat niet aan, hij moest zoveel nachtdiensten draaien. Beiden hadden een oorlogstrauma. Ze hadden 9 kinderen en dat was gezellig en rampzalig tegelijk. Dan moet je je eigen plaatsje veroveren. Het was een huis vol met dramatische uitbarstingen.
   Dat is een belangrijke reden voor mij om het dagelijkse leven te willen ontdramatiseren. Niet demystificeren, mysterie is erg mooi in het leven. Maar melodramatische mensen waar ik afhankelijk van ben (in financieel of sociaal opzicht), dat heb ik liever niet. Ik bedoel iets anders dan fantaseren en wegdromen, ik kan heerlijk met jou wegdromen en luchtfietsen, en dan sommige fantasiexebn ook nog eens waarmaken. Ik ben vrij veel mensen tegengekomen, die in het dagelijkse leven hun eigen waarheid bouwen, de werkelijk aandikken om zo hun verhaal kracht bij te zetten, vaak ten koste van anderen. Ze geloven zelf in wat ze zeggen en vinden het niet nodig dat te controleren, ze doen niet aan waarheidsbevinding. Toch is het een vorm van liegen, en een ‘theatrale persoonlijkheid’ (psychiatrische term)  is zeker een persoonlijkheidsstoornis. Zolang ze onschadelijk zijn, mag ik ze. Mijn moeder was ook zo, ik moest ervoor waken om niet ook zo te worden. Drama is prachtig, het dramatiseren van het dagelijkse leven vind ik een onzuivere communicatievorm. Er ontstaan veel misverstanden door en in het zakelijke verkeer (administratie, rechterlijke macht) kan er veel leed door ontstaan.
   De drama’s van Shakespeare onthullen bijzonder genoeg die onzuiverheid in het dagelijkse leven. Het is mooi stof voor echte drama’s, namelijk die op het toneel. Daar horen ze thuis. De Griekse oerdrama’s – komedies en tragedies – waren blauwdrukken voor het menselijk bestaan. Ze beantwoordden de vragen die burgers hadden, zoals: waar staan wij ergens tussen de goden en de natuurkrachten in? Wat voor functie hebben wij op de wereld (lees: het heelal)? Die drama’s behandelden dus de stand der dingen, de wereld zoals zij was. Mxe8t de menselijke kant erbij, want het ging niet om het tonen van puurheid alleen. Ook bij Shakespeare, van Strindberg, Tjechov, Pirandello en Dario Fo, tot Pinter en Becket is er aandacht voor beide zijden van de medaille. Dat noem ik compleetheid. De dag is niet compleet zonder de nacht, de liefde is niet compleet zonder het leed. Dat is misschien schrijnend, tegelijk ook maakt dat de wereld mooi zoals zij is. Door die donkere zijden is er passie in de wereld (en zonder passie geen flamenco, chica!), en dat is volgens mij een van de communicatiekanalen tussen mensen. Hou die kanalen schoon, en je hebt zuivere passie xe8n compassie, de bouwstenen voor toneel.
   Drama is dus een essentieel onderdeel van ons bestaan. We spelen onszelf en onze verwikkelingen na en spiegelen daarmee ons eigen gedrag, zodat we daar weer van kunnen leren. Mensen die expres drama maken van hun leven, kopixebren alleen wat ze zien, zoals andere mensen en echte drama’s, of soaps. Die mensen leren niet van het spiegelen, ze leven slechts in hun eigen behaagzieke wereldje. Drama is groots als ze erin slaagt om ook die mensen mee te voeren en hen tegelijkertijd te confronteren met zichzelf. Als een drama erin slaagt om mij naar mezelf te laten kijken en dat beeld te helpen accepteren, dan is het voor mij geslaagd.
22 May 2008
By on 10:38